Gaea Schoeters: Gezocht nieuw holebi-rolmodel (M/V)

gepost op 22/01/2014

Op Sparkle in Gent herhaalde journaliste en schrijfster Gaea Schoeters haar oproep voor een nieuw rolmodel voor de holebi-gmeenschap.

Goeieavond,en eerst en vooral: mijn excuses. Het spijt mij dat ik hier sta. Ik had hier liever niet gestaan. Niet dat ik het erg vind om hier te staan, integendeel, maar ik had liever gehad dat hier iemand anders stond. Iemand die bekender is dan ik. Populairder. Een bekende actrice bijvoorbeeld, iemand waar echt iedereen van houdt, vooral moeders, en die niemand ook maar één seconde minder graag zou zien als ze toegaf dat ze lesbisch is. Of een van onze topsporters. Misschien een viriele man, zodat het waanidee dat alle homo’s watjes zijn vanzelf verdwijnt. Toch spijtig, dat Tom Waes geen homo is – die zou het wellicht wel durven zeggen. Dat zou wat zijn, als rolmodel. Want nu Yasmine er niet meer is, hebben we er geen meer. Of bijna geen.

Daarom heb ik een paar maanden geleden een oproep gedaan voor een nieuw rolmodel. Het bleef beschamend stil. Het enige wat ik kan doen, is die oproep nog eens herhalen. In de hoop dat er deze keer wel iemand luistert.



Beste,

ik kan je niet met je naam aanspreken, omdat ik je nog niet ken. Niet omdat je niet bestaat, dat doe je wel, dat weet ik zeker, maar omdat je je nog niet kenbaar hebt gemaakt. Je aarzelt. Maak je je zorgen om wat het met je imago zal doen, als je luidop zegt dat je homo bent? Of lesbisch? Ben je bang je sponsors te verliezen? Je kijkers, of je fans? Of denk je dat jij niet diegene bent tegen wie ik praat? Dat jij het niet kan zijn?

Je kan iedereen zijn. Een topsporter, een actrice, een zanger, een kok. Zolang je maar bekend bent, en populair. Daarom is de Olympische schoonspringer Tom Daley zo’n fantastisch rolmodel. De Britten zijn zo dol op hem dat ze toen hij uit de kast kwam collectief hun schouders ophaalden en zeiden: ‘So what?’ Het is precies die ‘So what’ die jonge holebi’s van hun ouders en hun vrienden willen horen, als ze hun coming-out doen. ‘Dat is toch geen probleem meer, tegenwoordig,’ zeg je. Denk je dat echt?

Hier in België zitten we, in elk geval wettelijk, op rozen, dat is waar. Er is veel aandacht voor gelijke rechten van holebi’s en transgenders, en zelfs de adoptieregeling is, voor vrouwen dan toch, eindelijk bijna rond. Maar homo’s nog altijd geen bloed mogen geven. En Minister Smet moest voor de aftrap van zijn campagne tegen homofobie in het voetbal een Amerikaan laten invliegen, omdat hij geen enkele openlijk homoseksuele Europese profvoetballer kon vinden. Logisch, liet sportjournalist Hans Vandeweghe zich ontvallen, want voetbal is iets voor viriele mannen. Of voor hoekige lesbiennes. Waarmee hij alle clichés nog eens bevestigde, als was hij een spreekkoor op zichzelf. Blijkbaar is de tolerantie in de topsport toch nog niet zo groot.

En in het buitenland? Half Frankrijk schold naar aanleiding van het homohuwelijk zijn pédés uit voor al wat lelijk was. In Australië verklaarde het hooggerechtshof alle homohuwelijken die eerder waren afgesloten onwettig, en ook Indië maakte homoseksualiteit opnieuw strafbaar. Nigeria voerde een wet in die seks tussen mensen van hetzelfde geslacht bestraft met tien jaar cel. En dan was er nog Rusland, met zijn anti-homowet.

Het is een meesterzet van Obama om Billy Jean King naar de Spelen in Sochi te sturen. Maar waar blijven onze Belgische topsporters? Waar zijn onze Belgische rolmodellen? Met wie kan een puber die twijfelt aan zijn geaardheid zich identificeren? Wie kan hij of zij als voorbeeld aanhalen om zijn ouders ervan te verzekeren dat alles goed komt, dat het oké is om homo te zijn, dat het wel goed zit met zijn carrièrekansen en met de maatschappelijke aanvaarding?

Als ik hard nadenk, kan ik wat radiomakers, regisseurs en auteurs bedenken die uit de kast zijn. En gelukkig schudt Stromae wat aan de gender-grenzen. Maar sporters of acteurs? Zo goed als nul. Statistisch is dat onmogelijk. En we hebben die gezichten hard nodig. Tolerantie, echte tolerantie, kan je niet afdwingen met wetten. De enige manier om mensen anders over holebi’s te laten denken, is door te tonen dat wij niet anders zijn dan zij. Dat er geen wij en zij is. Harvey Milk wist het al: de mentaliteit veranderen kan alleen als we laten zien wie we zijn. Hun schooldirectrice, hun bakker, hun CEO, hun garagist, hun lievelingsactrice, hun favoriete keeper. Als we niet zwijgen, en niet in het onzijdig over onze partner blijven spreken. Anders gaan we erop achteruit, zelfs met de wet aan onze kant. Kijk maar naar het stijgende aantal gaybashings.

Nodig of niet, jij wil geen rolmodel zijn, zeg je. Je bent geen beroepshomo, jouw seksuele voorkeur is niet van belang voor wat je doet. Gelijk heb je. Precies daarom is het zo belangrijk dat je het luidop zegt. Want een goed rolmodel is iemand die in de eerste plaats bekend is om iets anders: je homoseksualiteit is een deel van je persoonlijkheid, maar een mens is meer dan dat. Meer dan ‘de homo.’ Van mij hoef je niet elk jaar de Pride te openen. Maar het zou fijn zijn als je het wel gewoon zei. Dat je homo bent. En niet langer de indruk geeft dat het iets is om je voor te schamen. Of toch iets waar je beter over zwijgt, als je carrière wil maken. Wees gerust, je zal altijd in de eerste plaats een topvoetballer blijven. Een zanger, een actrice, of een kok. Die homo is. So what.

Delen

Gaylive.Be: Nieuwsportal voor de Vlaamse Holebi.contacteer ons per e-mail
© 2001- 2017 Gaylive.Be (Webpool New Media Productions).