HIV: ondetecteerbaar en toch besmettelijk?


Mannen met HIV, die door hun behandeling onmeetbaar weinig virus in hun bloed hebben, kunnen toch detecteerbaar HIV in hun sperma hebben. Wat zegt dat over hun besmettelijkheid?

Zwitsers optimisme 
Een eerdere studie (HPTN 052) toonde aan dat de behandeling tegen HIV niet alleen iemands virus stevig onderdrukt, maar ook dat de kans om HIV aan anderen door te geven met 96 % verlaagt. Sommige experten suggereerden zelfs dat iemand zo goed als onbesmettelijk werd als het aantal virussen in zijn bloed (de virale lading) onmeetbaar laag was geworden. Zo verklaarde de Zwitserse Federale Aids Commissie in 2008 dat mensen met HIV door een efficiënte behandeling “seksueel niet meer besmettelijk” zouden zijn, zolang ze maar geen andere seksueel overdraagbare besmetting (“soa”) onder de leden hadden. Maar gegevens van twee recente onderzoeken manen toch aan tot voorzichtigheid. 

Eerste onderzoek
Lambert-Niclot en collega’s onderzochten bij 304 HIV-positieve mannen telkens een bloed- en een  spermastaal als die hulp kwamen vragen bij voortplantingsproblemen. In totaal verzamelden ze 628 stalen, tussen 2002 en 2011. Bij twintig mannen (6.6%) werd HIV in het sperma gevonden, terwijl er in hun bloed geen HIV aantoonbaar was. Dat waren dus zogenaamd ‘undetectable’ seropositieve mannen, zo genoemd omdat ze minder dan 20 à 40 HIV-deeltjes (RNA kopies) in hun bloed hadden, onmeetbaar laag. Maar de HIV-concentratie in hun sperma  lag een stuk hoger: tussen 135 en 2365. Ze waren dus wel besmettelijk via hun sperma.

Toch kregen die twintig mannen al meer dan zes maanden een efficiënte behandeling tegen HIV en had geen van hen een soa. Zestien van hen hadden in de loop van hun behandeling de ene keer geen en de andere keer wél HIV in hun sperma.

Welk specifiek anti-HIV-middel werd gebruikt bleek niet van belang. 

Tweede onderzoek
In een ander onderzoek vergeleken Politch en collega’s ook bloed- en spermastalen van 101 mannen met HIV, die meestal seks hadden met mannen en die allemaal in behandeling waren. In deze groep hadden 83 mannen geen aantoonbaar HIV in hun bloed. Maar toch hadden 21 (25%) van hen wél detecteerbaar HIV in hun sperma. Dat het er zoveel waren kwam wellicht doordat 10% van hen een soa had en 24% van hen een ontsteking van de geslachtsorganen.

Mannen met een soa of met een ontsteking van hun urinebuis hadden 29 keer meer kans om HIV in hun sperma te hebben dan mannen die geen soa of ontsteking hadden, terwijl beide groepen nochtans ondetecteerbaar weinig HIV in hun bloed hadden.

Besmettelijkheid wordt niet nul
Het staat vast dat de anti-HIV combinatietherapie de kans om HIV door te geven flink verlaagt. Maar de besmettelijkheid wordt niet nul. Iemand kan nog altijd HIV langs zijn sperma doorgeven, zelfs als hij onmeetbaar weinig virus in zijn bloed heeft. Met bovenop een soa of een ontsteking van de urineleider wordt hij nog meer besmettelijk. Hoeveel virus er via het sperma dan wordt doorgegeven en hoe vaak is onvoorspelbaar.

We weten niet precies hoeveel HIV er minimaal in de geslachtsorganen moet zitten om een besmetting te kunnen overdragen. Er is ook geen verband gevonden tussen de medicijnconcentratie in de mannelijke geslachtsorganen en de kans op detecteerbaar HIV in het sperma.

Voorzichtigheid geboden
Vertrouwen op “undetectable zijn" is een hachelijke zaak. Safe seks (en veilige bevruchtingstechnieken) lijkt daarom voorzichtiger, voor iedereen met HIV. Zelfs bij een “efficiënte behandeling” die iemands HIV in het bloed onmeetbaar laag maakt.

Safe seks beschermt bovendien tegen andere soa’s, ook tegen hepatitis C dat bij mensen met HIV vaker voorkomt dan bij seronegatieven. Een zogenaamde co-infectie HIV-hepatitis C is een extra last om dragen, niet in het minst vanwege de bijkomende zware behandeling.

bron: Patrick Sweetlove

Delen

Gaylive.Be: Nieuwsportal voor de Vlaamse Holebi.contacteer ons per e-mail
© 2001- 2017 Gaylive.Be (Webpool New Media Productions).


Select