Lesbische schrijfster Manji waarschuwt voor islamfetisjisme. | gepost op 30/04/2004 | Via onze collega's van Het Roze Huis - Antwerpse Regenboogkoepel.
|
Irshad Manji (35) is lesbisch, islamitisch en heeft een grote mond. Genoeg om controverse uit te lokken in een godsdienst waarin homoseksualiteit een zonde is. Dat deed de Canadese schrijfster ook met haar boek "The trouble with islam", waarin ze het fundamentalisme van de islam aanklaagt, lezen we in De Morgen. "De zogenaamde gematigde moslims hebben lang niet genoeg gedaan om de terreur van de letterlijkheid aan te klagen."
De grootste nachtmerrie van Osama bin Laden, noemde The New York Times haar. Irshad Manji plaatste haar nieuwste bijnaam prominent op haar eigen website omdat ze die een groot compliment vond. Het ontbreekt Manji niet aan bijnamen. Ze werd al neerbuigend de 'Salman Rushdie wanna-be schrijver van het fatwa-shoppen' genoemd. Ze was ook een agent van de Israëlische geheime dienst Mossad, een joodse vrouw die zich vermomd had als islamitische en een aanstichtster van haat tegen moslims. Sinds het verschijnen van "The trouble with islam: a wake-up call for honesty and change", in het najaar van 2003, nam het aantal doodsbedreigingen evenredig toe met de verkoop van het boek. "Wij, die ons als gematigde en liberale moslims omschrijven, hebben lang niet genoeg gedaan om de terreur van de letterlijkheid aan te klagen", verklaarde ze vorige maand.
De "letterlijkheid" is volgens Manji het grootste probleem van de islam. Iedere godsdienst lijdt onder letterlijkheid, schrijft ze op haar website. Elke godsdienst kent fundamentalisten. Maar de islam is volgens haar de enige godsdienst waarin de letterlijkheid de heersende stroming is. "Dat betekent dat bij misbruik onder het mom van de islam de meeste moslims niet weten hoe ze van mening moeten verschillen, debatteren of hervormen."
De letterlijkheid van de islam onderging ze zelf als dochter van strenggelovige moslims. Haar ouders vluchtten in 1972 uit Uganda, dat net onder het bewind was gekomen van de bloeddorstige Idi Amin. In het Canadese Vancouver moest de kleine Irshad al snel haar tijd verdelen tussen de gewone school en de strenge madrassa, waar ze haar zaterdagen doorbracht. Beide werelden verzoenen was niet zo makkelijk voor het meisje. Dus bleef ze haar koranleraar bestoken met vragen. Irriterende vragen, zoals waarom meisjes het gebed niet kunnen leiden in een moskee. Of waarom Mohammed een vredesboodschapper werd genoemd, terwijl hij toch had bevolen om een hele joodse stam uit te roeien? Toen ze op een dag vroeg of hij het bewijs kon leveren van de grote samenzwering van de joden tegen de islam, werd ze buiten gegooid. Ze was veertien en besliste de islam op eigen houtje verder te bestuderen.
Manji bleef moslim, hoewel heel ambivalent vanwege de mensenrechtenschendingen, vooral die van vrouwen en minderheden, in naam van Allah. Ze ging op eigen houtje de islam bestuderen en noemde zichzelf uiteindelijk een kritische 'Muslim Refusenik'. Niet omdat ze weigerde moslim te zijn, maar omdat ze weigert opgenomen te worden in een leger van robots in de naam van Allah. Naar de moskee gaat ze niet meer, omdat ze vindt dat ze er niet onafhankelijk kan denken. Ook het thuisbidden heeft ze opgegeven: blinde onderwerping was niet haar ding, schrijft ze. Ze waarschuwt in haar boek voor 'islamfetisjisme': mensen die de islam ziekelijk vereren.
De feministe en lesbienne klaagt niet enkel de inferieure behandeling van vrouwen aan, maar ook de wijze waarop de islam met homoseksualiteit omgaat. "Hoe kunnen we zeker zijn dat homoseksuelen ostracisme of dood verdienen wanneer de koran zegt dat alles wat Allah maakte 'perfect' is? Natuurlijk zegt de koran meer dan dat, maar wat is ons excuus om de koran zo letterlijk op te vatten wanneer hij zo contradictorisch en ambigu is?"
Bron:Het Roze Huis - Antwerpse Regenboogkoepel
Delen

|