Holebiwerknemers vaak onzichtbaar bij Vlaamse overheid
gepost op 16/12/2008
Acht op tien holebi's die bij de Vlaamse overheid werken wachten een tijd om hun collega's te vertellen dat ze homo of lesbisch zijn. Ook bij de holebiseksuele werknemers bij de Vlaamse overheid leeft de overtuiging dat er sprake is van een 'roze plafond' waardoor ze moeilijker in een leidinggevende functie komen dan hun hetero collega's. Dat zijn twee resultaten van een onderzoek dat de dienst Emancipatie deed naar de situatie van holebi's bij de Vlaamse overheid. De tendensen van het onderzoek, dat plaats vond in oktober 2008 en waar 2.126 werknemers (7,70 %.) van de Vlaamse overheid aan deelnamen, werden dinsdag bekend gemaakt in Brussel.
Men stelt in de administratie fenomenen vast die eerder al voor heel Vlaanderen werden aangetoond in een onderzoek van de Universiteit Gent. Heel wat holebi’s stellen hun coming out op het werk uit tot na de inwerkperiode. 59% van alle respondenten merkt dit op bij holebicollega’s. Homoseksuele (76%) en lesbische (77%) werknemers zelf bevestigen dit in nog grotere mate.
Homofobe reacties op de werkvloer uiten zich voornamelijk in verbale intimidaties (gemeld door 20% van de homoseksuele en 29% van de lesbische respondenten), seksueel getinte insinuaties (gemeld door 43% van de homoseksuele en 49% van de lesbische respondenten) of het negeren van holebicollega’s. Lichamelijke agressie wordt daarentegen bijna nooit gesignaleerd. Het gebruik van scheldwoorden of spotnamen voor holebi’s is wel wijdverspreid op de werkvloer. Ondanks de steeds grotere maatschappelijke aanvaarding van gelijke rechten zoals het homohuwelijk, is er nog veel sprake van homonegativiteit bij vooral mannelijke werknemers jonger dan 25 jaar en ouder dan 55 jaar.
Door de verscheidenheid van de taken binnen de Vlaamse overheid komt discriminatie niet overal evenveel voor.
“Intern zijn er grote verschillen tussen diensten en entiteiten. Gelukkig hebben veel diensten een open cultuur, en dat verdient een pluim, maar op andere plaatsen in de organisatie overheerst een sterke heteronormerende cultuur.” zo zegt Ingrid Pelssers van de dienst Emancipatie. “Dat is jammer. Vooral de buitendiensten en de technische beroepen verdienen aandacht.” Een opmerkelijk positief verschil met de gegevens voor heel Vlaanderen is dat fysieke agressie ten aanzien van holebi’s op de werkvloer vrijwel niet wordt gesignaleerd.
Uit het onderzoek blijkt ook dat er maar weinig (openlijk) homoseksuele werknemers doorstoten naar een topfunctie bij de Vlaamse overheid. In het topmanagement, dat voor werknemers een
afspiegeling moet zijn van de organisatie als een geheel een vrij uniforme samenstelling dat allerminst een signaal geeft van diversiteit in de Vlaamse overheid. Holebiwerknemers
melden dat zij veel holebi’s op het werk kennen maar geen enkele daarvan behoort tot het topmanagement. Dat doet het bestaan van een zogenaamd “roze plafond” vermoeden. Dit wordt ook gesuggereerd door enkele holebiwerknemers in de focusgroepen. Sommige werknemers vragen zich af of hun seksuele voorkeur geen rem zet op hun carričremogelijkheden. Het lijkt alsof ze in een aantal gevallen tegen een onzichtbare drempel stoten, of dat ze meer en beter moeten presteren om hetzelfde niveau in de organisatie te bereiken. Men spreekt van een “old boys network”
en “politieke benoemingen”. De perceptie dat de topfuncties bij de Vlaamse overheid eenzijdig mannelijk zijn, leeft bij veel holebiwerknemers. Of er ook daadwerkelijk sprake is van een roze plafond moet verder onderzocht worden.
Op basis van de resultaten formuleert de dienst Emancipatiezaken vijftien aanbevelingen om de vastgestelde problematiek rond holebi’s op de werkvloer van de Vlaamse overheid aan te pakken en hun zichtbaarheid meer vanzelfsprekend te maken. Die maatregelen gaan van het herdefiniëren van de topfuncties, de zichtbaarheid vergroten van tussenpersonen bij wie holebi-werknemers terecht kunnen met opmerkingen en of klachten, het geslachtsneutraal maken van formulieren tot het wegwerken van discriminaties zoals het vaderschapsverlof voor lesbische meemoeders. Net op dat laatste punt kondigde Minister-president Peeters aan dat de Vlaamse Regering werk maakt van een spoedige regeling van het ‘vaderschapsverlof’ voor contractuele meemoeders.
De Vlaamse Regering heeft, op voorstel van de minister-president als minister van Bestuurszaken, beslist om het thema toe te voegen aan het Actieplan Gelijke Kansen en Diversiteit van de dienst Emancipatiezaken. De dienst zal in 2009 hier rond een gerichte aanpak ontwikkelen. Hiermee geeft de Vlaamse Regering uitvoering aan een recente resolutie van het Vlaams Parlement die stelt dat men “in het kader van de duurzame evolutie van de Vlaamse overheid tot een diverse, open en toegankelijke werkgever, daar waar nodig binnen de aan de gang zijnde verandering van de interne organisatiecultuur, extra aandacht moet besteden aan holebi’s.”
Bovendien geeft men gehoor aan de wens van de meerderheid van de werknemers. 65% vindt dat de Vlaamse overheid als werkgever een gelijkekansenbeleid moet voeren ten aanzien van holebi’s, wat nog nadrukkelijker wordt bevestigd door homoseksuele (77%) en lesbische werknemers (68%). Holebiwerknemers geven aan dat zij zelf kiezen voor een “beleidsthema seksuele oriëntatie” eerder dan een “kansengroep holebi’s”. Zo kan de problematiek écht worden aangepakt, zonder dat ze een etiket opgekleefd krijgen.
Alle resultaten en aanbevelingen werden in een twintig bladzijden tellende brochure gegoten die je ook kan terug vinden op onze Gaylive drop.